Speech by Frans van Houten at Euronext Beurstrommeldag "Investeren in de toekomst" (Dutch)


gesproken woord telt

November 1, 2012

 

Dames en heren,

 

ik ben blij dat ik u mag toespreken op deze Beurstrommeldag. Dit biedt mij een een uitstekende gelegenheid om mijn gedachten over innovatie, ondernemerschap en concurrentiekracht met u te delen.

 

En deze dag komt op een perfect moment; er is net een nieuw kabinet gevormd en er ligt een akkoord voor de komende regeringsperiode op tafel. Een akkoord waarin veel aandacht wordt besteed aan het terugdringen van het begrotingstekort op de korte termijn.

 

Terecht, maar laten we de kernzaken niet uit het oog verliezen. Belangrijk is, dat we ondanks de huidige economische crisis juist blijven ondernemen en investeren om ons concurrentievermogen en economische activiteit te verhogen. Dat is uiteindelijk de manier om weer uit de huidige crisis te komen.

 

Dat vraagt om een visie, met aandacht voor meer ondernemerschap, snellere beslissingen, investeringen in innovatie, en uiteindelijk een hogere productiviteit. Als we daar met z’n allen voor kiezen, zullen we de crisis niet alleen goed doorkomen, maar er ook beter uitkomen. Dit geldt niet alleen voor Philips, maar voor ons allemaal: in Nederland en Europa.

 

In de komende twintig minuten wil ik toelichten wat ik bedoel met meer ondernemerschap en innovatie, hoe dit ten goede kan komen aan de economie en hiermee de toekomst van Nederland.
  
Innovatie is van alle tijden. Onze voorouders in de Gouden Eeuw brachten al belangrijke innovaties voort. De Amsterdamse beurs is er één van. Die verschafte kapitaal voor de opbloei van de handel en nijverheid. Nieuwe technologie deed de rest, denk maar aan windmolens, gemalen, schepen, Delfts blauw en geneeskunde. Hadden ze in 16-17 eeuw eigenlijk topsectorenbeleid ??

 

En anno 2012 is innovatie voor Nederland belangrijker dan ooit. Ons land is al lang niet meer het enige handelscentrum in de wereld. Ook kunnen we niet meer op kosten concurreren en ooit raakt ons aardgas op. Kennis en ondernemerschap zijn straks de enige grondstoffen die we nog hebben.

 

Om de concurrentie vanuit met name Azië bij te benen zullen we sneller moeten innoveren, dat wil zeggen in sneller tempo nieuwe hoogwaardige producten ontwikkelen en slimme oplossingen bedenken voor maatschappelijke trends, zoals vergrijzing en duurzaamheid. Zo kunnen we onze welvaart op peil houden en kwaliteit van het leven voor toekomstige generaties garanderen.

 

En hoe kunnen Nederland en Europa uit de crisis komen? Hoe kunnen wij ons in Nederland en Europa onderscheiden? Het antwoord op beide vragen is het leveren van meer economische activiteit en meer toegevoegde waarde.

 

Dat geldt voor een bedrijf, een land en een regio. Om de concurrentie de baas te zijn, moeten we als bedrijf, land en Europa richten op meer economische activiteit, toegevoegde waarde, om zo de maatschappij zoals we die hebben ingericht betaalbaar te houden. Want hoe los je een pensioenprobleem op? Door als economie extra activiteiten te ontplooien, waarde te leveren.  Dat vergt lange-termijn plannen, een focus op innovatie en kennis, en een cultuur waarin “ondernemerschap en doen” centraal staan.

 

Dames en heren,
Wat we in Nederland vooral nodig hebben is een “can do spirit”, stabiliteit, een goed vestigingsbeleid, en talent. Ik hoop van harte dat we met het nieuwe kabinet een stabiele regering krijgen die een krachtige visie laat zien voor ons land.

 

En Nederland moet, net zoals wij dat doen, innovatie nog steviger omarmen. Wij moeten alle kansen aangrijpen te investeren in innovatie, ondernemerschap omdat wij daar allemaal beter van worden. Andere landen zitten niet stil en zetten wel krachtig in op innovatie.

 

Essentieel voor innovatie is een geschikte omgeving te creëren voor ondernemende mensen zowel in kleine als grote bedrijven. Er moet een financieel en fiscaal klimaat worden geschapen zodat individuen en ondernemingen eerder bereid zullen zijn om te investeren en risico’s te nemen. Doorgaan dus met de Innovatiebox en de R&D aftrek, en niet de lasten voor bedrijven verhogen.

 
Het Nederlandse topsectorenbeleid helpt hierbij. Het is een instrument waarmee we het geld voor innovatie effectief kunnen besteden en het midden- en kleinbedrijf sterker bij de innovatie kunnen betrekken. Philips staat achter dit beleid. Wel maken we ons zorgen over het feit dat er per jaar meer dan een half miljard euro minder beschikbaar is voor fundamenteel onderzoek. Als we niet oppassen droogt de pijplijn van nieuwe uitvindingen op en vertrekken getalenteerde onderzoekers naar het buitenland.

 

Essentieel voor innovatie is ook dat we keuzes durven te maken. De overheid heeft dat bijvoorbeeld met het topsectorenbeleid gedaan. Bij Philips maken we eveneens keuzes, wij kiezen voor die businesses waar we in kunnen winnen. Wij investeren in “capabilities” waarmee we ons kunnen onderscheiden.

 

Ook bij de inrichting van een efficienter zorgstelsel, de specialisatie van ziekenhuizen en universiteiten gaat het om keuzes. Dat zijn geen gemakkelijke keuzes. Toch moeten we die keuzes maken en hierbij meer outside the box denken, want dat helpt ons vooruit. Of zoals Albert Einstein eens zei: ‘Als je altijd doet wat je altijd deed, zul je altijd krijgen wat je altijd kreeg.’ Met andere woorden: als je vooruitgang wilt, moet je het anders gaan aanpakken.

 

Innovatie vraagt ook om financiële keuzes. Uit internationale vergelijkingen blijkt dat Nederland momenteel veel te weinig uitgeeft aan innovatie. Onze uitgaven aan research en development maken ongeveer 1,8 procent van het bruto binnenlands product uit, dat is lager dan het EU-gemiddelde en zit ver onder de Lissabon-doelstelling van 3%. Negen bedrijven nemen de helft van de nationale R&D voor hun rekening en MKB-bedrijven besteden in het algemeen te weinig aan R&D. We moeten daarom ernstig overwegen de R&D-uitgaven structureel te verhogen.

 

De Nederlandse overheid kan innovatie ook op andere terreinen stimuleren; onder meer door jongeren te stimuleren een technische opleiding te volgen en te zorgen dat die opleidingen relevant zijn voor de arbeidsmarkt. En door te zorgen dat ondernemerschap respect krijgt en dat succes ook beloond mag worden.

 

Waar de regering nog een slag mee kan maken is het inkoopbeleid. Hoe moet de nieuwe minister van handel straks aan buitenlandse collega’s uitleggen, dat onze bedrijven zoveel mooie innovatieve producten maken, als de Nederlandse overheid daar bijna niets van afneemt? In Amerika bijvoorbeeld komt 80% van de innovatie voort uit onderzoeksprogramma’s van de overheid op het gebied van defensie, energie of gezondheidszorg. Belangrijk is dat de overheid aangeeft waar ze de komende tien, twintig jaar naartoe wil op maatschappelijke terreinen, zoals gezondheidszorg, energievoorziening, milieu, vervoer en infrastructuur. Dan kunnen bedrijven solide plannen maken en doelgericht aan innovatie doen.

 

Waar willen we ons bij Philips mee onderscheiden om de concurrentie voor te blijven? Wij hebben gekozen voor innovatie omdat innovatie in onze genen zit, sinds de oprichting van Philips, 120 jaar geleden. Meer dan dat: we omarmen innovatie, omdat we hiermee in staat zijn producten en diensten te maken,  waarmee we ons kunnen onderscheiden van de concurrentie en ook de Aziatische concurrentie in de 21ste eeuw aankunnen.
 
Toen ik meer dan een jaar geleden aantrad als bestuursvoorzitter stond voor mij één ding vast: Philips is een fantastisch bedrijf met een enorm potentieel. We zijn in de juiste markten actief, spelen met onze producten in op belangrijke maatschappelijke trends, zoals de groeiende gezondheidzorg als gevolg van de vergrijzing, beperken van het energiegebruik en het toenemend belang dat mensen hechten aan een gezond leven. Maar ik zag ook dat Philips zich als bedrijf nog veel beter kan onderscheiden van de overige bedrijven.

 

Daarom zijn we vorig jaar begonnen aan een cultuurverandering. Als we beter samenwerken binnen het bedrijf, risico’s durven nemen, verantwoordelijkheid nemen en een strakke focus op de klant houden, zal ons bedrijf slagvaardiger opereren en beter presteren. Daar draait het om bij ons programma Accelerate!.

 

Deze cultuurverandering gaat niet van de ene op de andere dag, maar zoals we vorige maand bij de presentatie van onze kwartaalresultaten hebben laten zien, maken we vorderingen: door het hele bedrijf worden medewerkers ondernemender, waarbij ze meer initiatief nemen en sneller tot actie komen. Ondanks zwaar economisch weer in Europa, betekent dit, dat we in het derde kwartaal een hogere omzet en winst hebben kunnen boeken. Dit is zeer bemoedigend. Maar er is nog veel werk te doen.

 

Philips heeft kortom veel potentie, we moeten het alleen laten zien! En dat is een kwestie van doen.

Ik zal nu twee voorbeelden bespreken van hoe Philips zich aan het onderscheiden is, door samen te werken met private en publieke partijen – met andere bedrijven, universiteiten, start-ups en overheden. Het levert meer creatieve ideeën op en versnelt het innovatieproces aanzienlijk, waardoor je jezelf beter kunt onderscheiden, zo merken wij in de praktijk.
 
Op het gebied van Healthcare werken we bijvoorbeeld samen met het Universitair Medisch Centrum van Utrecht aan een nieuwe behandeling tegen borstkanker. Met deze ultrasound techniek (MR-HIFU) kunnen artsen tumoren opwarmen en vernietigen zonder in de patiënt te hoeven snijden.

 

Met andere ziekenhuizen werken we aan verschillende nieuwe technologieën voor het behandelen van verschillende chronische aandoeningen – technologieën die minder belastend zijn voor de patiënt en bijdragen aan een sneller herstel.

 

Op die manier draagt innovatie niet alleen bij aan het welzijn van de patiënten, maar ook aan het verlagen van de zorgkosten. Alle reden dus om innovatie in de gezondheidszorg te stimuleren.
 
LED-verlichting is een tweede voorbeeld van innovatie. Een paar weken terug las ik het bericht, dat Rijkswaterstaat vanwege bezuinigingen en ook om de lichtvervuiling tegen te gaan voortaan ’s nachts het licht uitdoet op de snelweg tussen Almere en Lelystad. Ik dacht meteen: ‘Dat kan beter, namelijk met LED-verlichting. Die past zich automatisch aan de verkeersdrukte aan, bespaart 50 tot 80 procent aan energie, zodat de aanschaf snel terugverdiend is.’ En ook niet onbelangrijk: de veiligheid blijft gegarandeerd, want wie wil er nu ’s nachts in het donker rijden? Een korte termijn-besluit is geen oplossing die waarde oplevert; met onze LED oplossingen kunnen wij samen met een overheid dit probleem oplossen, geld besparen EN straten verlicht houden.

 

Voor Philips en voor Nederland is het eveneens van wezenlijk belang om in Europees verband samen te werken op het gebied van R&D. Het combineren van kennis van onderzoekers uit verschillende landen versterkt de innovatiekracht.

 

Europa heeft 500 M mensen, een succesvol Europa zou de belangrijkste wereldmacht kunnen zijn. Daar moeten we voor kiezen, en ons voor inzetten.
 
Dames en heren,
innovatie is voor Nederland belangrijker dan ooit, want kennis en ondernemerschap zijn de enige grondstoffen die we straks nog hebben.

 

Innovatie vraagt dat we kiezen om te investeren in de zaken waarmee we ons kunnen onderscheiden.

Innovatie vraagt ook dat we de juiste omgeving creëren voor mensen om ondernemend te kunnen zijn. En als dat succes oplevert, moeten we dat vieren en passend belonen.

 

Door te investeren in innovatie en ondernemerschap bereiken we dat welzijn en welvaart behouden blijven voor onszelf en voor komende generaties. Laten we daarom onze verantwoordelijkheid nemen, heldere afspraken maken over wat we willen bereiken, en zo onze toekomst bepalen.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

 

Frans van Houten, CEO Philips en Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie openen Beurstrommeldag 2012 met een slag op de gong. Van Houten en Eijffinger werden vergezeld door ruim honderd kinderen van diverse Amsterdamse scholen die in een stoet, al trommelend, over de beurs lopen. Aansluitend op de opening spreken Van Houten en Eijffinger op het 'Beurstrommelseminar'. De Beurstrommeldag is een jaarlijkse gebeurtenis. Tijdens deze dag wordt herdacht dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog een weesjongen wist te voorkomen dat het Amsterdamse beursgebouw vernietigd werd door de Spanjaarden. Als dank mochten weeskinderen een dag per jaar in het beursgebouw trommelen. Met de jaarlijkse trommeldag herleeft een eeuwenoude traditie van de Amsterdamse beurs.